ln.nemmeefaceifosolifobfsctd@ofni
|| Loods 13, Minister Kanstraat 16, 7811GP Emmen

Door Ruben Endendijk
In de communis opinio staat de filosoof te boek als iemand die een vorm van wellevendheid aan de man brengt, men verwacht met andere woorden van zo’n figuur het Goede, Ware, en Schone. En wanneer hij met baard en al komt aanwandelen, denkt men verheugd: “Ah! Wij gaan leren wat goed en kwaad, mooi en lelijk, waar en onwaar is, en vrede en begrip zullen heersen!”. Maar wat nu als de filosoof – na lang en diep nadenken – tot een wereldbeeld komt dat iedereen tegen de haren in strijkt? Wat nu wanneer hij in plaats van houvast een afgrond komt brengen? Wat nu wanneer zijn denken hem dwingt de mensen te ontnuchteren? Wat nu als hij direct, eerlijk en oprecht is?

De filosofie zou langzaam uitdoven wanneer men enkel veilig denkt, en binnen de gerieflijke grenzen van het betamelijke beweegt. Iedere filosoof van naam doorbreekt die grenzen (die in iedere tijd op een andere manier gesteld worden), omdat zijn denken hem als het goed is daartoe dwingt. Hij denkt niet alleen tegen de tijdgeest in, hij denkt vooral tegen zichzelf in, want dat eist de filosofie van hem, een eis bovendien waaraan weinigen kunnen voldoen. En dit alles maakt hem niet zelden tot paria of op zijn minst een naar de marge gedrukt figuur die met alle omzichtigheid behandeld dient te worden, als men hem al in eerste instantie durft te benaderen. De filosoof – indien hij oprecht is – moet met andere woorden een liefde voor de eenzaamheid ontwikkelen, want vroeg of laat zal de maatschappij hem daartoe veroordelen, en als dit niet gebeurd heeft hij slecht nagedacht.

De filosoof moet er voor waken niet behaagziek te worden, zijn denken moet geen wiegelied zijn. Daarbij dient hij altijd de waarheid – hoe ongrijpbaar en onbereikbaar die ook kan zijn – na te jagen, ook al brengt hem dat in hachelijke situaties. Hij moet zowel oorlog kunnen voeren, als vrede kunnen stichten, maar alleen als hij meent daar een goede grond voor te hebben gevonden. Gevaarlijk denken, daar gaat de filosofie om, en indien we het woord letterlijk nemen, liefde voor de wijsheid, dan is die liefde, zoals iedere liefde, pijnlijk. Dit alles is echter geen reden om somber het hoofd te laten hangen, want het gevaarlijke denken gaat gepaard met onmetelijke vrijheid, met het verkennen van iedere stoffige, glibberige, of fel brandende uithoek van de geest, en daarin schuilt de eigenlijke troost en vreugde die de filosofie bieden kan.