ln.nemmeefaceifosolifobfsctd@ofni
|| Loods 13, Minister Kanstraat 16, 7811GP Emmen

Door Ruben Endendijk
Mijn zoon van bijna twee jaar heeft de menselijke neiging tot veinzen, liegen, verdraaien, het opwerpen van rookgordijnen en bouwen van façades vooralsnog niet ontdekt. Het feit dat hij binnenkort het gemak van de schijn wél leert kennen stemt mij bij vlagen droevig. Bij hem ligt alles aan de oppervlakte; iedere vreugdevolle, woedende, of verdrietige stemming wordt onmiddellijk en zonder filter in alle eerlijkheid uitgedrukt. Een jong mens bezit met andere woorden nog de openheid van het dier dat de wereld in al zijn eenvoud begrijpt.

Weinigen kunnen de eerlijkheid en eenvoud van kind en dier op latere leeftijd op waarde schatten, laat staan omarmen. De leugenachtigheid houdt ons op de been; we verzinnen tal van troostrijke kristalpaleizen om ons staande te houden in een ingewikkelde wereld, een wereld die we bovendien met het klimmen der jaren zélf ingewikkeld moeten maken. Het groeien van het verstand en de accumulatie van kennis en ervaring blaast de eens zo kleine en geborgen wereld, die we allemaal hebben gekend, op tot een onoverzichtelijk en meerlagig domein waarin we voortdurend al tuimelend en draaiend op zoek zijn naar houvast. Bovendien worden de momenten waarop we samenvallen met de natuur en opgaan in een puur en heerlijk heden steeds zeldzamer en leven we niet zelden in een toekomst vol zorgen of een verleden met ongemakkelijke herinneringen.

Wie echter de moeite neemt om eropuit te trekken in tuin of bos, weet dat niet alles verloren is. Want de vogels en de kikkers, de mieren en de rupsen, de klimop en de wingerd, leven allen hun kleine levens steeds opnieuw, herhalend, zonder verleden of toekomst en zonder zelfopgelegde zinsbegoochelingen, wensen of verlangens. De beesten zijn echt, de beesten redden ons van het menselijke al te menselijke. Koester uw dierlijkheid.